Wat is klassieke homeopathie?

Klassieke homeopathie is een natuurlijke geneeswijze die de mens centraal stelt. Grondlegger ervan is Samuel Hahnemann (1755 -1843). De behandeling richt zich niet alleen op de ziekte, maar meer op de totale mens. Deze geneeswijze versterkt het zelfgenezend vermogen van de mens. Door versterking van het afweersysteem is het mogelijk de vatbaarheid en aanleg voor ziekten te verminderen. Homeopathie streeft naar een algemene verbetering van de toestand van de patiënt. Deze gaat zich beter in zijn vel voelen en krijgt meer energie.

Uitgangspunten

De klassieke homeopathie gaat uit van vier uitgangspunten:

  • Wat ziek maakt geneest ook: similia similibus curentur.
  • De klassiek homeopaat geeft de dosering in een hoge verdunning.
  • Bij de behandeling gaat het om de totaliteit van de persoon.
  • De klassiek homeopaat geeft één middel tegelijk.

Grondlegger Samuel Hahnemann
Samuel Hahnemann was arts en scheikundige. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontdekte hij dat een stof die bepaalde verschijnselen kan opwekken, ook in staat is om diezelfde verschijnselen te genezen. Het basisprincipe van de homeopathie was een feit. De werking van kinine als medicijn tegen malaria fascineerde hem. Toediening van kinine wekte bij gezonde mensen vergelijkbare symptomen op als bij mensen met een malariabesmetting. Zijn veronderstelling was daarom dat hij met het gelijkende het gelijke zou kunnen genezen. Het zogenaamde similia similibus curentur.

Zonder te weten hoe het werkte begon hij met zijn ontdekking te experimenteren. Hij testte allerlei stoffen op zichzelf, familie en vrienden uit om erachter te komen welke vergiftigingsverschijnselen zij veroorzaakten. Vervolgens vergeleek hij deze vergiftigingsverschijnselen met bekende ziekteverschijnselen. Hierdoor ontdekte hij steeds nieuwe medicijnen.

Om giftige stoffen hun schadelijkheid te ontnemen verdunde hij ze. Daarbij stelde hij vast dat de verdunning niet alleen de bijwerkingen verzwakten, maar ook de werking. Hij kwam op het idee om behalve het verdunnen ook de oplossing te schudden door ritmische schudslagen op een veerkrachtige ondergrond: het zogenaamde potentiëren. Deze schudslagen verhoogden volgens Hahnemann de werking van het middel zonder schadelijke bijwerkingen.